ECLI:NL:RBHAA:2008:BG4238
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - meervoudig
- H.J.M. Burg
- E.B. de Vries-van den Heuvel
- S.W.S. Kilic
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor uitreizen met vervalst Deens reisdocument en rijbewijs
Verdachte werd op 10 augustus 2008 op Schiphol aangehouden met een vervalst Deens paspoort en een vals Deens rijbewijs, die hij gebruikte om uit Nederland te reizen naar Canada. Hij verklaarde dat hij Irak ontvlucht was wegens bedreiging en aanvankelijk asiel wilde aanvragen in Canada of de Verenigde Staten, maar na aanhouding in Nederland een asielverzoek indiende.
De rechtbank onderzocht of artikel 31, eerste lid, van het Vluchtelingenverdrag, dat bescherming biedt tegen strafvervolging bij onrechtmatige binnenkomst of verblijf, ook van toepassing is op onrechtmatige uitreis. De rechtbank concludeerde dat deze bepaling niet bedoeld is voor onrechtmatige uitreis, tenzij Nederland een doorreisland was en aan andere voorwaarden werd voldaan.
Omdat verdachte wisselende en tegenstrijdige verklaringen gaf over zijn verblijf in Duitsland en Nederland, kon niet worden vastgesteld of Nederland en Duitsland doorreislanden waren. Hierdoor werd de bescherming van artikel 31 niet Pro toegekend en werd het openbaar ministerie ontvankelijk verklaard.
De rechtbank achtte wettig en overtuigend bewezen dat verdachte wist dat de documenten vals waren en veroordeelde hem tot een gevangenisstraf van 3 maanden. Tevens werden de in beslag genomen instapkaart en boekingsformulier verbeurd verklaard. De tijd in voorlopige hechtenis werd op de straf in mindering gebracht.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 3 maanden gevangenisstraf voor het bezit en gebruik van vervalste reisdocumenten bij uitreis uit Nederland.