ECLI:NL:RBHAA:2008:BG6088
Rechtbank Haarlem
- Voorlopige voorziening
- C.E. Heyning-Huydecoper
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening inzake aflossingscapaciteit en terugvordering WAO-uitkering
Verzoeker, een WAO-uitkeringsgerechtigde met een arbeidsongeschiktheid van 80-100%, kreeg een terugvordering opgelegd wegens te hoge uitkering over de periode 1996-2004. Verweerder stelde de aflossingscapaciteit vast op €437,04 per maand, later bij bezwaar verlaagd naar €361,55. Verzoeker betwistte deze vaststelling omdat verweerder geen rekening hield met zijn betalingsverplichting aan InterBank, ondanks dat hij sinds januari 2008 geen opnames meer kan doen van het doorlopend krediet.
De voorzieningenrechter oordeelde dat verweerder terecht artikel 475d, vijfde lid, onder a, Rv toepaste zoals sinds 1 januari 2008 geldt, maar dat het niet meetellen van de InterBank-aflossingsverplichting onjuist was. Jurisprudentie van de CRvB over doorlopende kredieten is niet van toepassing omdat verzoeker geen opnames meer kan verrichten en daadwerkelijk aflost. Hierdoor dreigt verzoeker in acute betalingsproblemen te komen.
De rechtbank besloot daarom het bestreden besluit te schorsen en de voorlopige voorziening toe te wijzen. Tevens werd verweerder veroordeeld tot betaling van proceskosten en vergoeding van griffierecht. Het geschil over de exacte premie ziektekostenverzekering en de gevolgen daarvan voor de aflossingscapaciteit worden aan de bodemprocedure overgelaten.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt toegewezen en het bestreden besluit geschorst wegens onjuiste berekening van de aflossingscapaciteit.