ECLI:NL:CRVB:2008:BD0132
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- C.P.J. Goorden
- B.M. van Dun
- Rechtspraak.nl
Bevestiging betalingsregeling en aflossingscapaciteit in terugvordering WW-schuld
Appellant is door het UWV verzocht een restant van een teruggevorderde WW-schuld in één keer terug te betalen, nadat hij een betalingsregeling niet was nagekomen. Het UWV stelde vervolgens een nieuwe aflossingscapaciteit en een maandelijks aflossingsbedrag vast, waartegen appellant bezwaar maakte. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak in hoger beroep.
Appellant voerde aan dat het UWV ten onrechte het inkomen van zijn echtgenote heeft meegewogen en geen rekening heeft gehouden met zijn verplichtingen uit hoofde van een doorlopend krediet, een schuld bij VISA en een huurschuld. De Raad oordeelt dat het UWV conform de wettelijke bepalingen en het Besluit Tica het inkomen van de echtgenote mocht betrekken bij de berekening van de beslagvrije voet en dat de aflossingen aan andere schuldeisers, waaronder VISA, correct in mindering zijn gebracht.
De Raad wijst het verweer af dat het doorlopend krediet als betalingsregeling moet worden beschouwd en bevestigt dat de huurschuld aan Scala niet in aanmerking hoeft te worden genomen. Het hoger beroep van appellant wordt verworpen en de uitspraak van de rechtbank Rotterdam wordt bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het UWV de aflossingscapaciteit en het maandelijkse aflossingsbedrag van appellant terecht heeft vastgesteld.