ECLI:NL:RBHAA:2008:BG6109
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toepassing schuldsaneringsregeling ondanks eerdere beëindiging binnen tien jaar
Verzoekster heeft een verzoek ingediend tot toepassing van de schuldsaneringsregeling. Eerder was deze regeling op 15 april 2005 al op haar van toepassing verklaard, maar op 16 januari 2007 tussentijds beëindigd wegens verwijtbaar gedrag van verzoekster. Het gerechtshof heeft deze beëindiging bevestigd en een faillissement werd uitgesproken, dat later werd opgeheven wegens gebrek aan baten.
Volgens artikel 288 lid 2 sub d van Pro de Faillissementswet wordt een verzoek tot schuldsanering afgewezen indien de regeling minder dan tien jaar geleden van toepassing was, tenzij bijzondere omstandigheden zich voordoen. Verzoekster verklaarde dat haar ex-echtgenoot tijdens de regeling een drankprobleem had en huiselijk geweld pleegde, waardoor zij niet in staat was haar verplichtingen na te komen. Inmiddels is zij gescheiden, heeft zij budgetbeheer en geen nieuwe schulden.
De rechtbank oordeelt dat de redenen voor de eerdere beëindiging vooral te wijten waren aan het gedrag van de ex-echtgenoot en dat verzoekster hierdoor niet in staat was aan haar verplichtingen te voldoen. Daarom acht de rechtbank de toelating tot de schuldsaneringsregeling gerechtvaardigd.
De rechtbank stelt het salaris van de bewindvoerder vast op €40 per maand exclusief btw en geeft last tot het openen van aan verzoekster gerichte post gedurende dertien maanden.
Uitkomst: De rechtbank verklaart opnieuw de schuldsaneringsregeling van toepassing op verzoekster ondanks eerdere beëindiging binnen tien jaar vanwege bijzondere omstandigheden.