ECLI:NL:RBHAA:2008:BG6248
Rechtbank Haarlem
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen herziening AOW-pensioen wegens gezamenlijke huishouding
Verzoeker ontving sinds september 2003 een AOW-pensioen voor ongehuwden. De Sociale Verzekeringsbank (SVB) herzag dit pensioen op basis van een onderzoek naar een vermeende gezamenlijke huishouding met zijn nicht. Dit onderzoek volgde op een anonieme tip en bestond uit observaties en verhoren door de sociale recherche.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de SVB terecht had geconcludeerd dat sprake was van een gezamenlijke huishouding, gebaseerd op objectieve criteria zoals het gezamenlijk hoofdverblijf en wederzijdse zorg. Verklaringen van verzoeker en zijn nicht tegenover de sociale recherche werden als betrouwbaar beschouwd, ondanks dat zij later terugkwamen op hun verklaringen.
Verzoeker voerde aan dat er geen gezamenlijke huishouding was, maar slechts tijdelijk logeren vanwege verbouwingen, en dat verklaringen onjuist waren. De rechter vond deze stellingen onvoldoende onderbouwd en achtte de oorspronkelijke verklaringen doorslaggevend.
Gezien het ontbreken van een gegronde reden om aan te nemen dat het besluit van de SVB onrechtmatig is, werd het verzoek tot voorlopige voorziening afgewezen. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek tot voorlopige voorziening tegen de herziening van het AOW-pensioen wegens gezamenlijke huishouding wordt afgewezen.