ECLI:NL:RBHAA:2008:BJ4514
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Betwisting schenkingsrecht bij verdeling nalatenschap en natuurlijke verbintenis
Eiser en zijn broer erven ieder een derde deel van de nalatenschap van hun vader. Bij de verdeling krijgt de broer de ouderlijke woning, terwijl eiser een vordering op hun moeder ontvangt. Jaren later betaalt de broer een bedrag van €47.241 aan eiser, wat eiser ziet als compensatie voor een vermeende onjuiste verdeling.
De Belastingdienst legt een aanslag schenkingsrecht op over deze betaling, waarbij eiser een beroep doet op de vrijstelling voor natuurlijke verbintenissen. De rechtbank onderzoekt of de betaling een natuurlijke verbintenis is, waarbij een dringende morele verplichting centraal staat.
De rechtbank stelt vast dat de verdeling destijds als juist werd beschouwd en dat er geen objectieve aanwijzingen zijn dat de betaling voortkomt uit een dringende morele verplichting. De subjectieve gevoelens van de broer zijn onvoldoende om de vrijstelling toe te passen.
Daarom wordt het beroep van eiser ongegrond verklaard en blijft de aanslag schenkingsrecht gehandhaafd. Er worden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de aanslag schenkingsrecht wordt ongegrond verklaard en de aanslag blijft gehandhaafd.