ECLI:NL:RBHAA:2009:BH1708
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke maatregel rijvaardigheid na alcoholconstatering niet strafrechtelijk
De rechtbank Haarlem behandelde het beroep van eiser tegen het besluit van het CBR om hem te onderwerpen aan een onderzoek naar rijvaardigheid en geschiktheid, nadat bij hem een ademalcoholgehalte van 695 µg/l was vastgesteld, wat hoger is dan de grenswaarde van 570 µg/l voor beginnende bestuurders.
Eiser stelde dat het besluit niet binnen de wettelijke termijn van vier weken was genomen en dat het een criminal charge betrof in de zin van artikel 6 EVRM Pro, waardoor ne bis in idem zou gelden. Ook voerde hij aan dat het opleggen van de kosten in strijd was met het evenredigheidsbeginsel en het gelijkheidsbeginsel.
De rechtbank oordeelde dat de termijn van vier weken in artikel 131 WVW94 een termijn van orde is en dat overschrijding niet leidt tot onbevoegdheid. Het vermoeden van ongeschiktheid was voldoende gemotiveerd op basis van de ademalcoholconstatering. De maatregel is een bestuursrechtelijke en geen strafrechtelijke sanctie, zodat artikel 6 EVRM Pro niet van toepassing is en ne bis in idem niet geldt. De kosten zijn terecht aan eiser opgelegd gezien zijn gedragingen en het doel van verkeersveiligheid.
Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot onderzoek naar rijgeschiktheid wordt ongegrond verklaard en de kosten worden aan eiser opgelegd.