ECLI:NL:RBHAA:2009:BH7547
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling aanslagen afvalstoffenheffing en rioolrecht bij studentenwoning met gemeenschappelijke voorzieningen
Eiser, bewoner van een studentenwoning met gemeenschappelijke voorzieningen, betwistte de aanslagen afvalstoffenheffing en rioolrecht die aan hem waren opgelegd voor het jaar 2007. Hij voerde aan dat hij als kamerbewoner niet als gebruiker van het gehele perceel of eigendom kon worden aangemerkt en dat de WOZ-waarde als maatstaf voor het rioolrecht te hoog was vastgesteld.
De rechtbank oordeelde dat de woning als één perceel en eigendom moest worden beschouwd vanwege de gemeenschappelijke voorzieningen, waardoor eiser en zijn huisgenoot beiden als gebruikers konden worden aangemerkt. De aanslagen mochten op grond van beleidsregels aan de langstwonende gebruiker worden opgelegd. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde, omdat vergelijkbare gevallen anders waren behandeld op verzoek van de betrokkenen.
Ten aanzien van de WOZ-waarde concludeerde de rechtbank dat deze niet te hoog was vastgesteld. Verweerder had voldoende vergelijkingsobjecten aangedragen en eiser had onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de waarde onjuist was. De verordening rioolrecht werd als verbindend beschouwd. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat de aanslagen afvalstoffenheffing en rioolrecht terecht aan eiser zijn opgelegd met de WOZ-waarde als maatstaf.