ECLI:NL:RBHAA:2009:BH9837
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke uitspraak over antedatering en loonbelasting bij aandelenopties
De rechtbank Haarlem behandelde een bestuursrechtelijke zaak over de toekenning van aandelenopties aan directieleden, managers en commissarissen van een vennootschap. Centraal stond de vraag of de optiecontracten geantedateerd waren, waarbij contracten gedateerd op 8 oktober 1998 mogelijk pas in januari 1999 waren opgesteld en ondertekend. Dit had fiscale consequenties voor het moment van loonbelastingheffing.
De rechtbank stelde vast dat het aanbod tot toekenning van opties niet vóór 4 november 1998 was aanvaard en dat de contracten met datum 8 oktober 1998 geantedateerd waren. Het fiscale genietingsmoment werd vastgesteld op 4 januari 1999, de datum waarop ook de overige personeelsopties werden toegekend. De rechtbank verwierp de stelling van eiseres dat zij niet inhoudingsplichtig was voor opties toegekend aan J Beheer B.V. en oordeelde dat deze opties aan de werknemer J waren toegekend.
Voorts werd geoordeeld dat de opties toegekend aan L, O en S in hun hoedanigheid van statutair bestuurder van A N.V. vielen, waardoor laatstgenoemde vennootschap inhoudingsplichtig was. De naheffingsaanslag werd verminderd met €151.952, en de rechtbank veroordeelde de Belastingdienst tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. De stelling dat de Belastingdienst in strijd met het bestuursrecht had gehandeld werd verworpen.
Uitkomst: De rechtbank vernietigde de naheffingsaanslag gedeeltelijk en stelde het fiscale genietingsmoment van de aandelenopties vast op 4 januari 1999.