ECLI:NL:RBHAA:2009:BH9844
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - meervoudig
- W.A.F. Jansen
- Ph. Burgers
- P.P.J. van der Meij
- Rechtspraak.nl
Ontslag van rechtsvervolging wegens godsdienstvrijheid bij invoer ayahuasca thee met DMT
Verdachte, lid van de Santo Daime kerk in Amsterdam, heeft op 30 december 2008 circa 40 liter ayahuasca thee met de stof DMT vanuit Brazilië naar Nederland gebracht. Deze thee wordt gebruikt als heilig sacrament tijdens erediensten van de kerk. De rechtbank acht bewezen dat verdachte opzettelijk DMT heeft ingevoerd, een stof die op lijst I van de Opiumwet staat.
De verdediging stelde zich op het standpunt dat het handelen van verdachte wordt beschermd door het recht op godsdienstvrijheid zoals neergelegd in artikel 9 EVRM Pro. De rechtbank voerde een belangenafweging uit tussen het belang van de godsdienstvrijheid van verdachte en de leden van de kerk en het belang van de staat om de Opiumwet en internationale verdragen na te leven.
Gezien het grote gewicht van de vrijheid van godsdienst, de waarborgen rondom het rituele gebruik binnen de beslotenheid van de kerk en het ontbreken van noemenswaardige gezondheidsrisico’s, oordeelde de rechtbank dat de inbreuk op de godsdienstvrijheid niet noodzakelijk is in een democratische samenleving. Daarom blijft artikel 2 van Pro de Opiumwet buiten toepassing en wordt verdachte ontslagen van alle rechtsvervolging.
De rechtbank baseerde zich onder meer op een deskundigenrapport van Prof. Dr. F.A. de Wolff, dat concludeerde dat het gebruik van ayahuasca binnen de kerk geen significant gevaar voor de volksgezondheid oplevert. De officier van justitie had zich beroepen op een arrest van de Hoge Raad, maar dit leidde niet tot een ander oordeel. De zaak werd op 26 maart 2009 door de rechtbank Haarlem behandeld en het vonnis werd in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Verdachte wordt ontslagen van alle rechtsvervolging wegens bescherming van godsdienstvrijheid bij invoer van ayahuasca thee met DMT.