ECLI:NL:RBHAA:2009:BI3149
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling aftrekbaarheid van kosten bij WW-uitkering in inkomstenbelasting 2006
Eiser was in 2006 gedeeltelijk werkzaam en ontving daarna een WW-uitkering. Hij stelde dat gemaakte kosten van € 1.254 in aftrek moesten worden gebracht op zijn belastbaar inkomen, primair als kosten ter vermindering van de belasting, subsidiair als aftrekpost op het belastbare inkomen. De Belastingdienst wees dit af en handhaafde de aanslag.
De rechtbank oordeelde dat de WW-uitkering volgens de wet niet kwalificeert als een periodieke uitkering waarop aftrekbare kosten in mindering kunnen worden gebracht, maar als loon uit vroegere dienstbetrekking. De wettelijke bepalingen en de toelichting bij het Uitvoeringsbesluit loonbelasting 1965 ondersteunen deze kwalificatie. De rechtbank verwierp het betoog van eiser over ongelijke behandeling en discriminatie, en stelde dat de wetgever ruime beoordelingsvrijheid heeft bij het opstellen van fiscale regels.
Eiser had ook verzocht om een voorlopige voorziening die het hoger beroep niet schorsend zou maken, maar dit verzoek werd afgewezen. De rechtbank wees het beroep af en liet de aanslag ongewijzigd. Er werden geen proceskosten toegekend.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de aanslag inkomstenbelasting wordt gehandhaafd.