ECLI:NL:RBHAA:2009:BI6909
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - meervoudig
- C.E. Heyning-Huydecoper
- R.B. Kleiss
- S.I.A.C. Angenent-Bakker
- Rechtspraak.nl
Afwijzing rangschikking begraafplaats Westerveld als landgoed onder de Natuurschoonwet
Eiseres verzocht om de onroerende zaak Westerveld te Driehuis te rangschikken als landgoed onder de Natuurschoonwet 1928. Verweerders weigerden dit omdat Westerveld vrijwel geheel in gebruik is als begraaf- en crematieplaats, wat volgens hen inbreuk maakt op het natuurschoon. De rechtbank stelt vast dat aan de oppervlakte- en natuurcriteria wordt voldaan, maar dat het gebruik als begraafplaats de karakteristieke verschijningsvorm aantast.
De rechtbank overweegt dat de duizenden graven, graftekens en urnen geen natuur- of cultuurhistorische waarde hebben die bepalend is voor het natuurschoon. Het delven van graven veroorzaakt schade aan de vegetatie en belemmert de ontwikkeling van natuurwaarden. De intensieve betreding draagt ook bij aan de aantasting.
Hoewel eiseres stelde dat het bedrijfsmatig gebruik en de begraafplaatsfunctie geen strijdig gebruik vormen, volgt de rechtbank de verweerders dat dit gebruik visueel en ecologisch inbreuk maakt op het natuurschoon. De rechtbank concludeert dat Westerveld primair een begraafplaats is en niet als landgoed kan worden aangemerkt. Het beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en Westerveld wordt niet als landgoed onder de Natuurschoonwet aangemerkt.