ECLI:NL:RVS:2009:BK7988
Raad van State
- Hoger beroep
- D.A.C. Slump
- P.A. Offers
- H.G. Lubberdink
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing rangschikking begraafplaats Westerveld als landgoed onder Natuurschoonwet 1928
De besloten vennootschap Westerveld verzocht de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit om haar onroerende zaak aan te merken als landgoed op grond van de Natuurschoonwet 1928. Dit verzoek werd op 18 juni 2007 afgewezen omdat het gebruik als begraafplaats inbreuk zou maken op het natuurschoon. Westerveld maakte bezwaar, dat eveneens werd afgewezen, waarna zij beroep instelde bij de rechtbank Haarlem. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
Westerveld voerde aan dat de percelen grotendeels met houtopstanden met hoge cultuurwaarden zijn bedekt en dat het gebruik als begraafplaats en crematorium geen negatieve invloed heeft op het natuurschoon. Zij verwees naar vergelijkbare bedrijfsmatige gebruiken op landgoederen die niet aan rangschikking in de weg staan.
De Raad van State overwoog dat het visuele aspect bepalend is voor rangschikking als landgoed. Ondanks de aanwezige houtopstanden zijn de vele graven, graftekens en urnen beeldbepalend en maken de percelen visueel een begraafplaats, geen landgoed. De aanwezigheid van graven brengt schade toe aan vegetatie en cultuur- en natuurwaarden. De rechtbank heeft terecht geoordeeld dat rangschikking niet mogelijk is en dat de graven niet kunnen worden uitgezonderd.
De Raad van State bevestigt daarom het besluit van minister en staatssecretaris en verklaart het hoger beroep ongegrond. Er is geen aanleiding tot proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep van Westerveld wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de rangschikking als landgoed bevestigd.