ECLI:NL:RBHAA:2009:BJ1259
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - meervoudig
- T.A. de Hek
- Chr.Th.P.M. Zandhuis
- A.E. Keulemans
- Rechtspraak.nl
Ongegrondverklaring beroep inzake aanmerkelijk belang en negatief loon bij lening aan vennootschap
Eiser stelde dat hij in 2004 een aanmerkelijk belang had in E B.V. door het economische eigendom van aandelen of een koopoptie daarop, en dat het verlies op een lening aan deze vennootschap als verlies uit ter beschikking gestelde vermogensbestanddelen of als negatief loon moest worden aangemerkt. De rechtbank oordeelde dat eiser niet aannemelijk had gemaakt dat hij juridisch of economisch eigenaar was van de aandelen of een koopoptie bezat, mede omdat geen schriftelijke overeenkomst bestond en de intentieverklaring geen aanwijzingen gaf voor een dergelijk belang.
Daarnaast verwierp de rechtbank het standpunt dat het verlies op de lening als negatief loon moest worden beschouwd, omdat de leningsovereenkomst zich in de vermogenssfeer voltrok en geen causaal verband met de dienstbetrekking was aangetoond. De rechtbank stelde vast dat de kosten als aftrekbare kosten konden worden gezien, maar dat de beroepskostenaftrek sinds de invoering van de Wet IB 2001 was vervallen.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de aanslag gehandhaafd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan op 25 juni 2009 door de meervoudige belastingkamer van de rechtbank Haarlem.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard omdat geen aanmerkelijk belang is aangetoond en het verlies op de lening niet als negatief loon kan worden aangemerkt.