ECLI:NL:RBHAA:2009:BJ4500
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vermindering navorderingsaanslagen successierecht wegens gemeenschappelijke huishouding
Eisers ontvingen navorderingsaanslagen successierecht na het overlijden van erflater, waarbij de Belastingdienst stelde dat geen sprake was van een gemeenschappelijke huishouding maar van een commerciële huurrelatie. Eisers betwistten dit en stelden dat zij en erflater gezamenlijk de bovenwoning bewoonden, kosten deelden en een gezinssituatie vormden.
De rechtbank onderzocht de feiten, waaronder de inschrijving in de Gemeentelijke Basisadministratie, de leveringsakte, maandelijkse bijdragen in vaste lasten en gezamenlijke uitgaven. Ondanks dat eisers elk een eigen slaapkamer hadden, concludeerde de rechtbank dat dit niet uitsluit dat sprake was van een gemeenschappelijke huishouding.
De rechtbank vond dat verweerder onvoldoende bewijs had geleverd voor het ontbreken van een gemeenschappelijke huishouding. De term 'huurder' in de leveringsakte werd door eisers betwist en was onvoldoende om een commerciële relatie aan te nemen. Daarom werden de navorderingsaanslagen verminderd tot nihil en werd verweerder veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De navorderingsaanslagen in het recht van successie worden verminderd tot nihil wegens het bestaan van een gemeenschappelijke huishouding.