ECLI:NL:RBHAA:2009:BJ6456
Rechtbank Haarlem
- Raadkamer
- R.E.A. Toeter
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vergoeding wegens ondergane vrijheidsbeneming bij verdenking synthetische drugs
Op 30 juli 2009 heeft de rechtbank Haarlem uitspraak gedaan in een verzoek tot vergoeding van schade wegens ten onrechte ondergane voorlopige hechtenis. Verzoeker had 37 dagen in verzekering en voorlopige hechtenis gezeten op grond van een verdenking van overtreding van de Opiumwet en het Wetboek van Strafrecht. Het verzoek betrof vergoeding van schade, reis- en verblijfkosten en kosten van het verzoekschrift.
De rechtbank oordeelde dat verzoeker terecht in voorlopige hechtenis was gesteld vanwege een gerechtvaardigde verdenking, mede gebaseerd op afgeluisterde telefoongesprekken waarin verzoeker betrokken was bij voorbereidingshandelingen met betrekking tot synthetische drugs. Ondanks deze verdenking heeft verzoeker zich steeds op zijn zwijgrecht beroepen en geen verklaring afgelegd, waardoor de verdenking werd versterkt.
Gezien deze proceshouding en het belang van het onderzoek ter voorkoming van collusie achtte de rechtbank dat verzoeker zijn vrijheidsbeneming en de duur daarvan in overwegende mate aan zichzelf te wijten had. Daarom waren er geen gronden van billijkheid voor vergoeding. Ook het verzoek tot vergoeding van reis- en verblijfkosten en kosten van de raadsman werd afgewezen. De strafzaak was geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel, maar zonder toepassing van artikel 9a Sr.
Uitkomst: Verzoek tot vergoeding van schade wegens ondergane voorlopige hechtenis wordt afgewezen wegens ontbreken van gronden van billijkheid.