ECLI:NL:RBHAA:2009:BK2701
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.J.A. Plaisier
- F.G. Hijink
- F.S.N. Nasrullah-Oemar
- Rechtspraak.nl
Veroordeling tot gevangenisstraf voor invoer van cocaïne ondanks beroep op overmacht
De rechtbank Haarlem heeft op 6 oktober 2009 uitspraak gedaan in de zaak tegen verdachte, die werd beschuldigd van het opzettelijk invoeren van een hoeveelheid cocaïne van 2199 gram op 25 juli 2009 te Schiphol.
De rechtbank achtte het bewezen dat verdachte de cocaïne binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht, een middel dat valt onder lijst I van de Opiumwet. Verdachte voerde een beroep op (psychische) overmacht aan, stellende dat hij onder bedreiging handelde vanwege een hoge lening met exorbitante rente en dreigingen jegens zijn gezin. Dit verweer werd door de rechtbank verworpen omdat de verklaringen niet aannemelijk waren en onvoldoende concreet werden onderbouwd.
De rechtbank nam de aard en ernst van het feit mee bij de strafoplegging, waarbij de hoeveelheid cocaïne en de mogelijke verdere verspreiding en handel zwaar wogen. Verdachte werd veroordeeld tot een gevangenisstraf van 25 maanden, met aftrek van de tijd die hij in voorlopige hechtenis had doorgebracht. Daarnaast werden bepaalde inbeslaggenomen voorwerpen verbeurd verklaard, terwijl geld aan verdachte werd teruggegeven.
De uitspraak benadrukt dat de omstandigheden en persoonlijke situatie van verdachte geen aanleiding gaven om van de gebruikelijke strafmaat af te wijken. De rechtbank stelde vast dat verdachte strafbaar is en wees het beroep op overmacht af wegens gebrek aan bewijs en aannemelijkheid.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 25 maanden gevangenisstraf voor het opzettelijk invoeren van cocaïne.