ECLI:NL:RBHAA:2009:BL5206
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling Nederlandse belastingheffing over tweede woning in Frankrijk in relatie tot belastingverdrag
Eiser, inwoner van Nederland, bezit een tweede woning in Frankrijk en betwist de hoogte van zijn aanslag inkomstenbelasting 2006. Hij stelt dat het meenemen van het fictieve inkomen uit de Franse woning bij de berekening van de drempel voor persoonsgebonden aftrek indirect leidt tot dubbele belasting en strijdig is met het belastingverdrag tussen Nederland en Frankrijk.
De rechtbank stelt vast dat het verdrag de heffingsbevoegdheid over inkomsten uit onroerende goederen aan de staat waar het goed is gelegen toewijst, in dit geval Frankrijk. Nederland mag deze inkomsten niet belasten. De Nederlandse regeling rond de persoonsgebonden aftrek, waaronder artikel 6.24 van de Wet IB 2001, leidt niet tot directe belastingheffing over de Franse woning, maar tot een hogere drempel voor aftrek van buitengewone uitgaven.
De rechtbank oordeelt dat deze regeling niet in strijd is met het verdrag en dat Nederland binnen zijn bevoegdheid blijft om de drempel te bepalen. De aanslag is correct vastgesteld en het beroep wordt ongegrond verklaard. Er worden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de aanslag inkomstenbelasting 2006 wordt ongegrond verklaard.