ECLI:NL:RBHAA:2010:BL4029
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - meervoudig
- H.A.M. Röell-Mulder
- Chr.Th.P.M. Zandhuis
- T.A. de Hek
- Rechtspraak.nl
Vordering op BV behoort tot rendementsgrondslag box 3 bij inkomstenbelasting 2003
Eiser had in zijn aangifte inkomstenbelasting 2003 geen vordering op G B.V. opgenomen, terwijl uit een boekenonderzoek bleek dat hij een lening van € 469.230 had verstrekt aan deze BV. Eiser gaf wisselende verklaringen over de herkomst van deze vordering, waaronder dat het geld deels van zijn broer zou zijn en deels van derden, maar gaf geen eenduidige onderbouwing.
Verweerder corrigeerde de aangifte door de vordering toe te rekenen aan de rendementsgrondslag van box 3 en legde een vergrijpboete op wegens het doen van een onjuiste aangifte. Eiser maakte bezwaar tegen de aanslag en boete, waarna interne compensatie werd toegepast en de boete werd verminderd.
De rechtbank oordeelt dat verweerder zijn bewijslast heeft voldaan en dat eiser willens en wetens een onjuiste aangifte heeft gedaan. De boete is passend, maar wordt wegens overschrijding van de redelijke termijn gematigd van € 970 naar € 825. Het beroep wordt gegrond verklaard voor zover het de boete betreft, de belastingaanslag en heffingsrente blijven in stand. Verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten en het betaalde griffierecht wordt aan eiser vergoed.
Uitkomst: De boete wordt verminderd tot € 825 wegens overschrijding redelijke termijn, de belastingaanslag blijft in stand.