ECLI:NL:RBHAA:2010:BM0765
Rechtbank Haarlem
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Vergoeding onterechte vrijheidsbeneming na sepot wegens overtreding Opiumwet
Verzoeker, lid van een Surinaamse band, werd op 11 april 2009 in verzekering gesteld en een dag later vrijgelaten wegens verdenking van overtreding van artikel 2 Opiumwet Pro. De strafzaak werd op 17 september 2009 geseponeerd wegens gebrek aan bewijs. Verzoeker vorderde een vergoeding voor de onterechte vrijheidsbeneming, immateriële schade en kosten van rechtsbijstand.
De rechtbank erkende gronden van billijkheid voor vergoeding van 1 dag vrijheidsbeneming, maar wees de gevraagde vermenigvuldigingsfactor wegens immateriële schade af omdat niet was gebleken dat het persbericht van het Openbaar Ministerie nadelige gevolgen voor verzoeker had gehad. De standaardvergoeding van € 92,50 werd gehanteerd.
Daarnaast werd een vergoeding van € 275,- toegekend voor de kosten van rechtsbijstand bij de indiening van het verzoekschrift. Een vergoeding voor de behandeling van het verzoekschrift ter terechtzitting werd niet toegekend omdat de raadsman slechts algemene opmerkingen maakte en niet specifiek op het verzoekschrift van verzoeker inging.
De totale vergoeding bedroeg € 962,50. De rechtbank wees het overige verzoek af en beval uitbetaling aan de advocaat van verzoeker.
Uitkomst: Verzoeker krijgt een vergoeding van € 962,50 voor onterechte vrijheidsbeneming en rechtsbijstand toegekend.