ECLI:NL:RBHAA:2010:BM0765

Rechtbank Haarlem

Datum uitspraak
4 maart 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
09/15012 en 09/1513
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Raadkamer
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2 OpiumwetArt. 89 Wetboek van StrafvorderingArt. 90 Wetboek van StrafvorderingArt. 9a Wetboek van Strafrecht
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vergoeding onterechte vrijheidsbeneming na sepot wegens overtreding Opiumwet

Verzoeker, lid van een Surinaamse band, werd op 11 april 2009 in verzekering gesteld en een dag later vrijgelaten wegens verdenking van overtreding van artikel 2 Opiumwet Pro. De strafzaak werd op 17 september 2009 geseponeerd wegens gebrek aan bewijs. Verzoeker vorderde een vergoeding voor de onterechte vrijheidsbeneming, immateriële schade en kosten van rechtsbijstand.

De rechtbank erkende gronden van billijkheid voor vergoeding van 1 dag vrijheidsbeneming, maar wees de gevraagde vermenigvuldigingsfactor wegens immateriële schade af omdat niet was gebleken dat het persbericht van het Openbaar Ministerie nadelige gevolgen voor verzoeker had gehad. De standaardvergoeding van € 92,50 werd gehanteerd.

Daarnaast werd een vergoeding van € 275,- toegekend voor de kosten van rechtsbijstand bij de indiening van het verzoekschrift. Een vergoeding voor de behandeling van het verzoekschrift ter terechtzitting werd niet toegekend omdat de raadsman slechts algemene opmerkingen maakte en niet specifiek op het verzoekschrift van verzoeker inging.

De totale vergoeding bedroeg € 962,50. De rechtbank wees het overige verzoek af en beval uitbetaling aan de advocaat van verzoeker.

Uitkomst: Verzoeker krijgt een vergoeding van € 962,50 voor onterechte vrijheidsbeneming en rechtsbijstand toegekend.

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM
Sector Strafrecht
Locatie Haarlem
Enkelvoudige raadkamer
Registratienummers: 09/15012 en 09/1513
Parketnummer: 15/810275-09
Uitspraakdatum: 4 maart 2010
beschikking (art. 89 en Pro 591a Sv.)
1. Ontstaan en loop van de procedure
Op 15 december 2009 is ter griffie van de rechtbank Haarlem ingekomen een (gecombineerd) door mr. J.W.S. Boorsma, advocaat, ingediend verzoekschrift, gedateerd 15 december 2009, van
[verzoeker], verzoeker,
geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],
domicilie kiezende te [adres], ten kantore van mr. J.W.S. Boorsma, voornoemd.
Het verzoekschrift strekt respectievelijk tot toekenning van:
1. de gebruikelijke vergoeding ten laste van de Staat ter zake van de schade die verzoeker stelt te hebben geleden ten gevolge van ten onrechte ondergane verzekering wegens verdenking van overtreding van artikel 2 Opiumwet Pro, te weten een bedrag groot € 420,- (bestaande uit 2 dagen verblijf in het detentiecentrum Schiphol a € 105,- te vermeerderen met factor 2 wegens immateriële schade);
2. vergoeding van een bedrag ad € 595,- wegens de door deze met betrekking tot de strafzaak met bovengenoemd parketnummer gemaakte kosten van een raadsman;
3. een vergoeding ten laste van de Staat ten bedrage van € 540,- wegens het indienen en de behandeling ter terechtzitting van onderhavig verzoekschrift.
Op 18 februari 2010 zijn de verzoekschriften in het openbaar in raadkamer behandeld.
Voor verzoeker is verschenen mr. C.T. Pittau.
Tevens was aanwezig de officier van justitie mr. B. Lijnse.
Van het verhandelde in raadkamer is afzonderlijk proces-verbaal opgemaakt. De inhoud daarvan wordt als hier ingelast beschouwd.
2. Beoordeling
De strafzaak tegen verzoeker is geëindigd op 17 september 2009 na een sepot wegens gebrek aan bewijs.
Het verzoekschrift is tijdig ingediend.
Verzoeker is op 11 april 2009 in verzekering gesteld en op 12 april 2009 is hij in vrijheid gesteld.
Op de voet van het bepaalde in de artikelen 89 en 90 van het Wetboek van Strafvordering kan verzoeker – nu de strafzaak is geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel en zonder dat toepassing is gegeven aan artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht – aanspraak maken op vergoeding van de door hem wegens ten onrechte ondergane vrijheidsbeneming geleden schade, zo daartoe althans, alle omstandigheden in aanmerking genomen, gronden van billijkheid aanwezig zijn.
Van de zijde van verzoeker is er op gewezen dat onderhavige zaak niet te vergelijken is met een standaard zaak. Er zijn in dit geval een heleboel mensen tegelijk aangehouden en vast gezet. Allemaal zijn ze vrijwillig door de bodyscan gegaan en hebben ze direct gezegd dat ze geen bollen geslikt hadden. Ze hebben allemaal een nacht vast gezeten. Het OM heeft een persbericht de deur uit gedaan waarin gezegd werd dat de hele band geslikt zou hebben. In Suriname en de Surinaamse gemeenschap in Nederland is de band heel erg bekend en deze stevige berichtgeving, die naderhand niet juist bleek te zijn, heeft de goede naam van de aangehouden personen aangetast. Derhalve dient niet slechts volstaan te worden met de standaardvergoeding, vandaar de vermenigvuldiging met factor 2.
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de standaardvergoeding van een verblijf in het detentiecentrum op Schiphol € 92,50 bedraagt. Daarnaast is de vermenigvuldigingsfactor voor de immateriële schade die geleden zou zijn niet aanwezig. Als er een groep mensen bolletjes geslikt blijkt te hebben dan is het niet meer dan logisch de rest van die groep ook te onderzoeken. Het OM heeft hierin voortvarend opgetreden. Nadat het persbericht is uitgegaan, is steeds volledige openheid van zaken gegeven.
Het verzoek om vergoeding van de kosten van de indiening en behandeling van het verzoekschrift ter terechtzitting dient gematigd te worden. Advocatenkantoor Roethof heeft 15 soortgelijke verzoekschriften ingediend en deze worden hier tegelijk op zitting behandeld. Alleen mr. Pittau verschijnt hier ter zitting en geeft een korte uitleg over de verzoekschriften in zijn algemeenheid en specifiek ten aanzien van het verzoekschrift van [andere verzoeker band]. De officier van justitie is van mening dat volstaan kan worden met een toekenning van een vergoeding in de zaak van [andere verzoeker band].
De rechtbank stelt vast dat ten aanzien van de gevraagde vergoeding voor de onterechte vrijheidsbeneming gronden van billijkheid aanwezig zijn om een vergoeding voor 1 dag toe te kennen. Zij gaat hierbij uit van het standaardtarief dat door de rechtbank Haarlem gehanteerd wordt voor verblijf in het detentiecentrum te Schiphol, te weten € 92,50.
Ten aanzien van de gevorderde vermenigvuldigingsfactor met betrekking tot de gestelde immateriële schade, overweegt de rechtbank als volgt. Het OM heeft een persbericht opgesteld en verspreid, echter niet is gebleken welk nadeel dit voor verzoeker heeft gehad. Onduidelijk is of in dit persbericht namen zijn genoemd en of is gesteld dat alle aangehouden personen daadwerkelijk cocaïne zouden hebben geslikt. De rechtbank beoordeelt de gestelde immateriële schade derhalve anders dan verzoeker. In de standaardvergoeding is reeds rekening gehouden met eventuele immateriële schade en derhalve ziet de rechtbank geen aanleiding verzoeker een extra schadevergoeding toe te kennen.
De rechtbank meent dat er gronden van billijkheid aanwezig zijn zodat de verzochte kosten van een raadsman kunnen worden toegewezen. Dit bedrag is door verzoeker vastgesteld op
€ 595,-, inhoudende een vooraf afgesproken bedrag.
Voor de rechtsbijstand, verleend voor de indiening en behandeling van het verzoekschrift ex artikel 89 van Pro het Wetboek van Strafvordering, acht de rechtbank gronden van billijkheid aanwezig de gevraagde vergoeding ten bedrage van € 275,- toe te kennen. De raadsman van verzoeker is ter terechtzitting aanwezig geweest. Hier heeft hij algemene opmerkingen gemaakt ten aanzien van de 15 ingediende verzoekschriften die namens advocatenkantoor Roethof zijn ingediend namens de bandleden van de Surinaamse band [naam]. De raadsman is slechts op het verzoekschrift van [andere verzoeker band], die niet tot de band behoorde maar wel met hen meereisde, dieper ingegaan. De raadsman heeft derhalve geen extra activiteit verricht of inspanning geleverd om ook in de zaak van verzoeker ter terechtzitting te verschijnen en het verzoekschrift daar te behandelen. Hij is eenmaal in de rechtbank verschenen. Hierdoor ziet de rechtbank geen aanleiding om meer dan eenmaal een vergoeding voor de behandeling van de verzoekschriften ter terechtzitting toe te kennen. Nu tijdens de terechtzitting niet nader op het verzoekschrift van verzoeker is ingegaan kent de rechtbank slechts een vergoeding voor de indiening van het verzoekschrift toe.
Daarom zal de rechtbank, gelet op de toepasselijke wetsvoorschriften als volgt beslissen
3. Beslissing
De rechtbank:
Kent aan verzoeker een vergoeding ten laste van de Staat toe van € 962,50 (zegge: negenhonderd en tweeënzestig euro en vijftig eurocent), welk bedrag als volgt is samengesteld:
- € 92,50 wegens een verblijf van 1 dag krachtens inverzekeringstelling in het detentiecentrum te Schiphol;
- € 870,- ter zake de kosten van rechtsbijstand met betrekking tot de strafzaak en voor de indiening en behandeling van het verzoekschrift.
Wijst af het overigens meer of anders verzochte.
Beveelt de uitbetaling door de griffier van deze rechtbank van de bij deze beschikking aan verzoeker toegekende vergoeding op de derdenrekening van verzoekers advocaat, bankrekening nummer [nummer] ten name van Advocatenkantoor Roethof te Amsterdam, onder vermelding van “schadevergoeding [naam verdachte]/OM”.
4. Samenstelling enkelvoudige raadkamer en uitspraakdatum
Deze beschikking is gegeven door mr. F.G. Hijink, rechter,
in tegenwoordigheid van mr. E. de Witte, griffier,
en in het openbaar uitgesproken op 4 maart 2010.