ECLI:NL:RBHAA:2010:BM0778
Rechtbank Haarlem
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Vergoeding onterechte vrijheidsbeneming na sepot wegens verdenking overtreding Opiumwet
Verzoeker, pr-man van een Surinaamse band, werd samen met andere bandleden aangehouden en vastgezet in het detentiecentrum Schiphol wegens verdenking van overtreding van artikel 2 Opiumwet Pro. De strafzaak werd geseponeerd wegens gebrek aan bewijs. Verzoeker vorderde een vergoeding voor de onterechte vrijheidsbeneming, immateriële schade, advocaatkosten en kosten voor de behandeling van het verzoekschrift.
De rechtbank overwoog dat gronden van billijkheid aanwezig zijn om vergoeding toe te kennen voor een dag vrijheidsbeneming tegen het standaardtarief van € 92,50. De gevorderde vermenigvuldigingsfactor voor immateriële schade werd afgewezen omdat het persbericht niet specifiek verzoeker noemde en zijn goede naam na spoedige vrijlating was gezuiverd. De advocaatkosten werden gematigd omdat een deel van de werkzaamheden niet relevant was voor de strafzaak, met name werkzaamheden na vrijlating en contacten met de pers.
Daarnaast werd een vergoeding van € 540 toegekend voor de indiening en behandeling van het verzoekschrift. De rechtbank wees overige verzoeken af en bepaalde dat de vergoeding aan verzoekers advocaat wordt uitbetaald.
Uitkomst: Rechtbank kent vergoeding van €1965 toe voor onterechte vrijheidsbeneming en advocaatkosten.