ECLI:NL:RBHAA:2010:BM3300
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering wegens kennelijk onredelijk ontslag van chauffeur na bedrijfseconomische opzegging
Eiser was sinds 1971 in dienst als chauffeur bij gedaagde en vervoerde werknemers van Corus. Na gedeeltelijke overname van werkzaamheden door een ander bedrijf werd zijn arbeidsovereenkomst deels ontbonden met vergoeding. Toen Corus al haar vervoer aan dat andere bedrijf gunde, werd zijn dienstverband geheel opgezegd met toestemming van het UWV, zonder vergoeding.
Eiser vorderde schadevergoeding wegens kennelijk onredelijk ontslag op grond van artikel 7:681 BW Pro. Gedaagde voerde aan dat het ontslag bedrijfseconomisch was en dat het Sociaal Plan van toepassing was, waardoor geen vergoeding verschuldigd was.
De kantonrechter stelde vast dat het dienstverband na gedeeltelijke ontbinding voortduurde en dat het Sociaal Plan niet van toepassing was op de situatie na 2008. Hoewel het ontslag ernstige gevolgen had, waren deze niet zodanig dat het ontslag kennelijk onredelijk was. Gedaagde had inspanningen verricht om ander werk voor eiser te vinden en het ontbreken van een vergoeding was niet onrechtmatig.
De vordering werd afgewezen en de proceskosten werden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: De vordering wegens kennelijk onredelijk ontslag wordt afgewezen.