ECLI:NL:RBHAA:2010:BN2792
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.A.C. Hofman
- D.P. Ruitinga
- M.P.E. Oomens
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering wegens onrechtmatige daad gezinsvoogdij-instelling bij uithuisplaatsing kinderen
Eiseres, moeder van vier kinderen die tussen 1998 en 2004 uit huis zijn geplaatst, vordert vergoeding wegens onrechtmatige daad van BJZ, de gezinsvoogdij-instelling. Zij stelt dat BJZ onterecht beschuldigingen van Münchhausen by proxy syndroom en seksueel misbruik aan haar adres heeft geuit en onvoldoende onderzoek heeft gedaan, waardoor de uithuisplaatsing onnodig lang duurde.
De rechtbank stelt vast dat BJZ haar wettelijke taken uitvoerde en dat de beschuldigingen in rapportages als vermoedens en meldingen zijn weergegeven zonder onrechtmatig karakter. De verlengingen van de machtigingen tot uithuisplaatsing waren gebaseerd op een onveilige thuissituatie en pedagogische onmacht, niet uitsluitend op de genoemde vermoedens. Daarnaast was er strafrechtelijk onderzoek naar het misbruik, waarbij eiseres niet vervolgd werd.
Ook de stelling dat BJZ naliet onderzoek te doen naar de beschuldigingen wordt verworpen, omdat de verzoeken tot verlenging door de kinderrechter zijn getoetst en BJZ niet verplicht was zelf strafrechtelijk onderzoek te verrichten. De beperkingen in het contact tussen eiseres en de kinderen worden als tijdelijk en noodzakelijk voor de veiligheid beoordeeld.
Verder wijst de rechtbank de vordering af die ziet op verwaarlozing van de kinderen door BJZ en het wisselen van gezinsvoogden. Er is geen bewijs van onrechtmatig handelen of emotioneel letsel bij eiseres. De rechtbank veroordeelt eiseres in de proceskosten en verklaart het vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen van eiseres af en veroordeelt haar in de proceskosten.