ECLI:NL:RBHAA:2010:BN2973
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.M. van Kempen
- A.A. Fase
- Chr.Th.P.M. Zandhuis
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke uitspraak over kwalificatie houdstervennootschap en belastingheffing interne rente
Eiseres, gevestigd op de Nederlandse Antillen en onderdeel van een fiscale eenheid met Nederlandse dochtervennootschappen, stelde zich op het standpunt dat zij als houdstervennootschap in de zin van artikel 25 BRK Pro moest worden aangemerkt. Hierdoor zou de aan haar betaalde interne rente slechts tegen maximaal 4% belast mogen worden. Tevens voerde zij aan dat het gemeenschapsrecht, met name het EU-Verdrag en het arrest C-300/04 van het Hof van Justitie, dubbele belastingheffing zou verbieden.
De rechtbank stelde vast dat eiseres niet slechts deelnemingen beheert maar ook moedermaatschappij is van een fiscale eenheid, waardoor zij niet kwalificeert als houdstervennootschap volgens artikel 25 BRK Pro. Daarnaast oordeelde de rechtbank dat het EU-Verdrag niet van toepassing is op de verhouding tussen Nederland en de Nederlandse Antillen en dat de Moederdochterrichtlijn niet van toepassing is omdat er geen sprake is van dividenden.
De rechtbank concludeerde dat de belastbare bedragen moeten worden vastgesteld volgens het normale tarief van artikel 22 Wet Pro Vpb. De beroepen van eiseres werden ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenvergoeding toegekend. De uitspraak werd gedaan op 30 juli 2010 door de rechtbank Haarlem, sector bestuursrecht, meervoudige belastingkamer.
Uitkomst: De beroepen van eiseres worden ongegrond verklaard en de interne rente wordt belast tegen het normale tarief van artikel 22 Wet Vpb.