ECLI:NL:RBHAA:2010:BN4168
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering vergunning opgraven lichaam binnen grafrustperiode wegens belangenafweging
Eisers verzochten vergunning voor het opgraven van het lichaam van hun overleden moeder/echtgenote binnen tien jaar na begrafenis, vanwege een geschil met de rechthebbende over het gebruik van het graf. Verweerder weigerde de vergunning op grond van het beleid dat grafrust dient te worden gerespecteerd tussen twee maanden en tien jaar na begrafenis, tenzij bijzondere omstandigheden zich voordoen.
De rechtbank acht het beleid niet onredelijk, maar oordeelt dat verweerder ten onrechte alleen bijzondere omstandigheden met een directe relatie tot de overledene meeweegt, terwijl ook de belangen van nabestaanden betrokken moeten worden bij de belangenafweging. Eisers zijn door de opstelling van verweerder gedwongen een langdurige civielrechtelijke procedure te starten.
De rechtbank stelt verweerder in de gelegenheid alsnog een gemotiveerde belangenafweging te maken, waarbij het algemeen belang van grafrust wordt afgewogen tegen de belangen van de nabestaanden, met inachtneming van eerdere rechterlijke overwegingen. De beslissing over proceskosten blijft open.
Uitkomst: Verweerder wordt in de gelegenheid gesteld een nieuwe belangenafweging te maken met inachtneming van de belangen van nabestaanden.