ECLI:NL:RBHAA:2010:BN6904
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- F.M. Visser
- Rechtspraak.nl
Beoordeling opzegverbod tijdens arbeidsongeschiktheid bij opvolgende ontslagaanvragen
De werknemer trad sinds 1999 in dienst als chauffeur en werd in mei 2009 door de werkgever aangemeld voor ontslag wegens bedrijfseconomische redenen bij UWV werkbedrijf. De eerste ontslagaanvraag werd op formele gronden buiten behandeling gelaten, waarna de werkgever een tweede, inhoudelijk identieke aanvraag indiende. De werknemer was op het moment van ontvangst van de tweede aanvraag arbeidsongeschikt geworden door een ongeval.
De kern van het geschil betrof de vraag of het opzegverbod tijdens arbeidsongeschiktheid volgens artikel 7:670 lid 1 BW Pro van toepassing was, nu de tweede ontslagaanvraag pas werd ontvangen nadat de werknemer arbeidsongeschikt was. De kantonrechter oordeelde dat de tweede aanvraag geen nieuwe aanvraag was, maar een voortzetting van de eerste, die slechts administratief als nieuw werd beschouwd.
Hierdoor werd het opzegverbod niet doorbroken en was de opzegging van de arbeidsovereenkomst onrechtmatig. De werknemer had recht op loon vanaf 1 oktober 2009 tot de beëindiging van de arbeidsovereenkomst. De kantonrechter veroordeelde de werkgever tot betaling van het loon over de periode 1 tot 14 oktober 2009 met wettelijke rente, maar wees de rest van de vordering af.
De uitspraak benadrukt het belang van een redelijke uitleg van het opzegverbod en de uitzonderingen daarop, waarbij formele administratieve handelingen niet mogen leiden tot onbedoelde gevolgen voor de werknemer.
Uitkomst: De werknemer heeft recht op loon over de periode 1 tot 14 oktober 2009, de rest van de loonvordering wordt afgewezen.