ECLI:NL:RBHAA:2010:BN8311
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid tot invordering van bestuursrechtelijke dwangsom verjaard bij beslaglegging
De gemeente Beemster legde aan eiser een last onder dwangsom op wegens overtredingen van de Wet Milieubeheer en de Monumentenwet en Bouwverordening. Na verzet en hoger beroep werd het verzet tegen dwangbevelen afgewezen, waarna de gemeente executoriaal beslag legde op onroerende zaken van eiser.
Eiser stelde dat de bevoegdheid tot invordering van de dwangsommen was verjaard op het moment van beslaglegging. De rechtbank oordeelde dat de verjaringstermijn van zes maanden, zoals bepaald in artikel 5:35 Awb Pro, door het verzet werd geschorst maar na afwijzing van het verzet weer begon te lopen. De gemeente had de verjaringstermijn niet tijdig gestuit na het arrest van het gerechtshof, waardoor de bevoegdheid tot invordering was verjaard.
Verder werd geoordeeld dat het executoriaal beslag onrechtmatig was gelegd en de gemeente aansprakelijk is voor de daaruit voortvloeiende schade. De vordering tot schadevergoeding wegens het aanvankelijk geweigerde bouwvergunningbesluit werd afgewezen, omdat de gemeente in bezwaar een vrije heroverweging heeft toegepast en alsnog vergunning verleende zonder strijd met de wet.
De rechtbank veroordeelde de gemeente tot opheffing van het beslag, betaling van schadevergoeding en proceskosten, en wees het overige af.
Uitkomst: De rechtbank verklaart de bevoegdheid tot invordering van de dwangsommen verjaard en veroordeelt de gemeente tot opheffing van het executoriaal beslag en betaling van schadevergoeding.