ECLI:NL:RBHAA:2010:BN8442
Rechtbank Haarlem
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen bestuurlijke boete en last onder dwangsom op grond van Wet minimumloon
Verzoekers zijn door verweerder een bestuurlijke boete van €66.000 en een last onder dwangsom opgelegd op grond van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag (Wmm). De boete en dwangsom hebben betrekking op het niet betalen van minimumloon aan werknemers tijdens een trainingsperiode voorafgaand aan werkzaamheden.
De kern van het geschil betreft de vraag of tijdens de training sprake was van een dienstbetrekking en daarmee van een aanspraak op minimumloon. Verweerder stelt dat de overtreding is geconstateerd op de datum van het horen van verzoekers, terwijl verzoekers betogen dat de bevoegdheid tot boeteoplegging is vervallen omdat de constatering te laat zou zijn.
De voorzieningenrechter oordeelt dat onvoldoende duidelijk is wanneer de overtreding is geconstateerd, waardoor niet vaststaat dat de bevoegdheid tot boeteoplegging niet is vervallen. Ook over de last onder dwangsom bestaat twijfel over de bevoegdheid, mede omdat de aansprakelijkheid van verzoekers als vennoten van de voormalige vof aan de orde is. Gezien het principiële karakter van het onderwerp acht de voorzieningenrechter het niet opportuun om in deze voorlopige voorziening het standpunt van verweerder te volgen.
Daarom worden de verzoeken om voorlopige voorziening toegewezen, waarbij de bestuurlijke boete en last onder dwangsom worden geschorst tot zes weken na de beslissing op bezwaar. Tevens wordt het betaalde griffierecht aan verzoekers vergoed.
Uitkomst: De voorlopige voorziening wordt toegewezen en de bestuurlijke boete en last onder dwangsom worden geschorst tot zes weken na de beslissing op bezwaar.