ECLI:NL:RBHAA:2010:BN8713
Rechtbank Haarlem
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot beëindiging strafzaak wegens overschrijding redelijke termijn in BTW-carrouselfraude
Verzoeker is op 13 juni 2006 aangehouden op verdenking van betrokkenheid bij een omvangrijke internationale BTW-carrouselfraude. Na voorlopige hechtenis werd verzoeker geschorst uit de hechtenis. De zaak kende aanzienlijke vertragingen, waaronder het intrekken van een dagvaarding vlak voor de zitting in juni 2009 vanwege geheimhoudersproblematiek. Sindsdien is geen nieuwe dagvaarding uitgebracht.
Verzoeker klaagt over de lange duur van de procedure, het gebrek aan adequate communicatie door het OM en de financiële schade door onrechtmatige beslagleggingen, wat leidde tot faillissement van zijn bedrijf. Het OM erkent de complexiteit van de zaak en de vertragingen, deels veroorzaakt door personele wisselingen en geheimhoudersproblematiek, en overweegt een transactie.
De rechtbank oordeelt dat ondanks de lange duur van de procedure en de vertragingen, de ernst van de strafbare feiten en het belang van een spoedige afdoening prevaleren. Daarom wijst zij het verzoek tot beëindiging van de strafzaak af en stelt zij het OM een termijn van zes weken om tot dagvaarding of kennisgeving van niet verdere vervolging over te gaan.
Uitkomst: Verzoek tot beëindiging strafzaak wegens overschrijding redelijke termijn wordt afgewezen; OM krijgt zes weken voor dagvaarding of kennisgeving niet verdere vervolging.