ECLI:NL:RBHAA:2010:BW3822
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging intrekking bijstandsuitkering wegens onvoldoende onderbouwing over periode na november 2008
Eisers ontvingen vanaf 1980 een bijstandsuitkering. Verweerder trok deze uitkering in over de periode van 15 juni 2001 tot en met 30 juni 2009, en vorderde een bedrag van €157.689,76 terug wegens vermoedens van verzwegen inkomsten. Dit was gebaseerd op observaties, onderzoek bij een autobedrijf en onduidelijkheden over inkomsten als scharenslijper en een erfenis.
De rechtbank oordeelde dat eisers over de periode 15 juni 2001 tot 17 november 2008 leaseauto's op naam hadden en de kosten hiervan persoonlijk betaalden, wat niet mogelijk was met hun bijstandsuitkering. Hierdoor werd de inlichtingenplicht geschonden en was intrekking terecht. Voor de periode 18 november 2008 tot 30 juni 2009 was onvoldoende onderzocht of er sprake was van inkomsten of vermogen, waardoor intrekking en terugvordering voor die periode onvoldoende waren onderbouwd.
De rechtbank vernietigde daarom het besluit voor de latere periode en stelde het aflossingsbedrag op €0,- vast, omdat niet aannemelijk was gemaakt dat eisers konden betalen. Tevens werd verweerder veroordeeld in de proceskosten en werd het griffierecht aan eisers vergoed. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Intrekking bijstand over periode tot 17 november 2008 bevestigd, over periode daarna vernietigd; aflossingscapaciteit vastgesteld op €0.