ECLI:NL:CRVB:2012:BX3245
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand over periode 2001-2008 wegens niet opgegeven inkomsten uit autoleasebetalingen
Appellanten ontvingen bijstand sinds 1980. Na een onderzoek van de sociale recherche naar mogelijke niet opgegeven inkomsten, met name contante betalingen voor autolease bij een autobedrijf, trok het college bijstand in over de periode van 15 juni 2001 tot en met 30 juni 2009 en vorderde terugbetaling.
De rechtbank vernietigde de intrekking voor de periode van 18 november 2008 tot 30 juni 2009 wegens onvoldoende bewijs, maar bevestigde de intrekking voor de periode daarvoor. Het college nam een nieuw besluit dat het bezwaar over de latere periode gegrond verklaarde.
In hoger beroep stelde appellant dat de verklaringen van de autobedrijfsmedewerkers onbetrouwbaar waren en dat ook zijn zoon betalingen had gedaan. De Raad oordeelde dat de verklaringen van de autobedrijfsmedewerkers, vastgelegd onder ambtseed, betrouwbaar zijn en door geen objectieve gegevens werd ondersteund dat anderen dan appellant betalingen deden. Het hoger beroep faalde en de intrekking over de periode 2001-2008 werd bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van bijstand over 2001-2008 en verklaart het hoger beroep ongegrond.