ECLI:NL:RBHAA:2010:BY6310
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M.J.S. Korteweg-Wiers
- Rechtspraak.nl
Weigering kinderbijslag wegens ontbreken rechtmatig verblijf niet in strijd met internationale verdragen
Eiseres heeft kinderbijslag aangevraagd voor haar zoon over de periode van het tweede kwartaal 2008 tot en met het derde kwartaal 2009, terwijl zij niet beschikte over een geldige verblijfsvergunning. De Immigratie- en Naturalisatiedienst verleende haar later een verblijfsvergunning met terugwerkende kracht, waarna kinderbijslag werd toegekend vanaf het eerste kwartaal 2010.
De rechtbank overwoog dat op grond van het koppelingsbeginsel in artikel 6, tweede lid, van de Algemene Kinderbijslagwet (Akw) alleen recht bestaat op kinderbijslag voor ouders die verzekerd zijn, wat vereist dat zij rechtmatig in Nederland verblijven. Eiseres voldeed hier niet aan in de periode in geschil.
Eiseres voerde aan dat de weigering in strijd was met diverse internationale verdragen, waaronder het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM), het VN-Kinderrechtenverdrag (IVRK), het VN-Verdrag inzake Economische, Sociale en Culturele Rechten (IVESCR), het VN-Verdrag inzake de Uitbanning van Alle Vormen van Rassendiscriminatie (CERD) en het Europees Sociaal Handvest (ESH). De rechtbank verwierp deze beroepen, stellende dat het recht op kinderbijslag volgens de Akw aan de ouder toekomt en dat de genoemde verdragsbepalingen niet zodanig dwingend zijn dat zij het nationale recht kunnen overstijgen.
De rechtbank concludeerde dat de weigering niet leidt tot een aantasting van het recht op respect voor het privé- en gezinsleven zoals beschermd door artikel 8 EVRM Pro, mede omdat eiseres en haar zoon niet zijn belemmerd in de uitoefening van hun gezinsleven. Ook het beroep op een minimumlevensstandaard faalde, aangezien volgens vaste jurisprudentie minderjarige vreemdelingen bijstand kunnen krijgen op grond van de Wet werk en bijstand (WWB) bij zeer dringende redenen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees proceskostenveroordeling af. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van kinderbijslag wordt ongegrond verklaard.