ECLI:NL:RBHAA:2011:BQ8214
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Veroordeling minderjarige voor medeplegen invoer cocaïne van circa 6 kg
Op 9 november 2010 werd op Schiphol een koffer met ongeveer 5.963,5 gram cocaïne aangetroffen, bestemd om binnen Nederland te worden gebracht. Verdachte, minderjarig ten tijde van het feit, werd aangewezen als de rechterhand van zijn stiefvader en betrokken bij de afhaling van de drugs. Het onderzoek toonde aan dat verdachte meerdere mobiele telefoons gebruikte en nauw contact onderhield met medeverdachten.
De verdediging voerde verweren aan tegen het bewijs, waaronder onrechtmatig verkregen bewijs via burgerpseudodienstverlening en schending van het Internationaal Verdrag voor de Rechten van het Kind. De rechtbank verwierp deze verweren, oordeelde dat de medewerking van de koerier niet als burgerpseudodienstverlening kwalificeert en dat verdachte niet in zijn belangen was geschaad door het niet inschakelen van de Raad voor de Kinderbescherming.
De rechtbank achtte het bewezen dat verdachte medepleegde in de invoer van cocaïne en sprak uit dat het minderjarigenstrafrecht van toepassing is, gezien de leeftijd van verdachte en de omstandigheden van het feit. Verdachte werd veroordeeld tot twaalf maanden jeugddetentie, met aftrek van reeds doorgebrachte tijd in voorlopige hechtenis. Een taakstraf werd afgewezen vanwege de ernst van het feit en het ontbreken van een vaste verblijfplaats.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot twaalf maanden jeugddetentie voor medeplegen van invoer van circa 5,9 kg cocaïne.