ECLI:NL:RBHAA:2011:BQ8227
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens ontbreken bewijs medeplegen invoer en bevordering cocaïne
Verdachte werd verdacht van medeplegen van de invoer van ongeveer 5963,5 gram cocaïne en het bevorderen daarvan op 9 november 2010 te Schiphol en andere locaties. De officier van justitie eiste een gevangenisstraf van 45 maanden.
De feiten betroffen onder meer telefonisch contact tussen verdachte en medeverdachten, bezoeken aan hotels nabij Schiphol en het ophalen van een persoon met een koffer met cocaïne. De hoofdverdachte [H.] had cocaïne ingevoerd en werkte mee aan het onderzoek, waarbij neppakketten werden gebruikt.
De rechtbank oordeelde dat er geen wettig en overtuigend bewijs was dat verdachte wist of bewust de aanmerkelijke kans aanvaardde dat hij betrokken was bij de invoer of bevordering van cocaïne. Telefonische contacten en verklaringen van verdachte en medeverdachten waren niet tegenstrijdig of ongeloofwaardig. Verdachte verklaarde dat hij slechts een dienst verleende zonder te weten wie hij moest ophalen.
Daarom werd verdachte vrijgesproken van alle tenlasteleggingen. Het bevel tot voorlopige hechtenis werd opgeheven en verdachte werd onmiddellijk in vrijheid gesteld.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens ontbreken van wettig en overtuigend bewijs voor medeplegen invoer en bevordering van cocaïne.