ECLI:NL:RBHAA:2011:BQ9469
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtbank bevestigt toepassing foutenleer en waardering terbeschikkinggestelde onroerende zaken
Eiser, aandeelhouder van een vennootschap, betwist de door de Belastingdienst vastgestelde aanslag inkomstenbelasting over 2004, met name de waardering van twee bedrijfspanden die hij ter beschikking stelt aan zijn vennootschap. Verweerder had de waarde van de panden lager vastgesteld dan eiser pleitte, die zich beroept op een besluit van de staatssecretaris uit 2001 dat waardering op basis van de WOZ-waarde per 1 januari 1999 vermeerderd met 20% toestaat.
De rechtbank oordeelt dat het Besluit niet rechtstreeks van toepassing is op het object dat pas na 1 januari 2001 ter beschikking is gesteld, maar dat eiser wel een beroep kan doen op het Besluit voor het object dat op 1 januari 2001 ter beschikking stond, mede vanwege de foutenleer. De rechtbank volgt verweerder in de waardering van het eerste object op 1 augustus 2001 op € 2.294.000 en stelt vast dat de aanslag moet worden verminderd vanwege te weinig in aanmerking genomen afschrijvingen.
Voor het tweede object dat op 1 januari 2001 ter beschikking stond, wordt het beroep op het Besluit gegrond verklaard en wordt de waarde vastgesteld op € 2.695.705. Ook hier leidt dit tot een correctie van de aanslag. Het beroep van verweerder op interne compensatie wegens te lage huur wordt verworpen wegens onvoldoende bewijs. De rechtbank vermindert de aanslag met in totaal € 165.428 en veroordeelt verweerder in de proceskosten.
Uitkomst: De aanslag inkomstenbelasting 2004 wordt verminderd met € 165.428 wegens onjuiste waardering van ter beschikking gestelde onroerende zaken.