ECLI:NL:HR:2010:BN6304
Hoge Raad
- Cassatie
- C.B. Bavinck
- A.R. Leemreis
- J.A.C.A. Overgaauw
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt afwijzing renteaftrek wegens ontbreken juridisch afdwingbare verplichting
Belanghebbende, een vennootschap, had voor het jaar 2002 een aanslag vennootschapsbelasting opgelegd gekregen, die zij betwistte. De discussie betrof de aftrek van een bedrag van €290.000 aan rente over de periode 1989-2001, gerelateerd aan een rekening-courantschuld bij A BV. Hoewel partijen in 1996 mondeling overeenkwamen dat rente betaald zou worden zodra de liquiditeitspositie van belanghebbende dit toeliet, was er geen juridisch afdwingbare en voldoende bepaalbare verplichting tot betaling van rente op 31 december 2001.
De rechtbank en het hof verklaarden het beroep van belanghebbende ongegrond en wezen de aftrek van rente af. De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en oordeelde dat het ontbreken van een juridisch afdwingbare verplichting tot rentebetaling betekent dat er geen voorziening voor rente in de jaarrekening hoeft te worden opgenomen. Ook de toepassing van de foutenleer faalde omdat correctie van het onzakelijke handelen geen invloed zou hebben op het eindvermogen.
Het arrest benadrukt het belang van een voldoende bepaalbare en juridisch afdwingbare verplichting voor het toepassen van renteaftrek in de vennootschapsbelasting en bevestigt de lijn van goed koopmansgebruik. De Hoge Raad wees het cassatieberoep af en legde geen proceskostenveroordeling op.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond en bevestigt dat geen renteaftrek is toegestaan wegens ontbreken van een juridisch afdwingbare verplichting.