ECLI:NL:RBHAA:2011:BR2457
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.M. Sassenburg
- J.W.H.G. Loyson
- K.G. Witteman
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens ontoerekeningsvatbaarheid en terbeschikkingstelling na doodslag
Op 6 juli 2010 heeft verdachte zijn broer met ongeveer 158 messteken gedood. De rechtbank oordeelt dat verdachte niet voorafgaand aan de daad het besluit had genomen om het slachtoffer te doden, waardoor het bestanddeel voorbedachte raad niet bewezen is. Wel is bewezen dat verdachte het slachtoffer heeft gedood, hetgeen kwalificeert als doodslag.
Psychiatrisch onderzoek door het Pieter Baan Centrum concludeert dat verdachte lijdt aan een ernstige autistische stoornis, schizofrenie en zwakbegaafdheid, en ten tijde van het delict een psychotische en ernstig verwarde toestand had. Hierdoor is verdachte ontoerekeningsvatbaar en kan het feit hem niet worden toegerekend.
Gelet op de ernst van het delict, het hoge recidiverisico en de complexiteit van de problematiek, wordt verdachte ter beschikking gesteld met een bevel tot dwangverpleging. Dit is noodzakelijk om de veiligheid van de maatschappij te waarborgen en een adequate behandeling te garanderen.
De rechtbank spreekt verdachte vrij van het primair ten laste gelegde feit van moord met voorbedachte raad, verklaart het subsidiair ten laste gelegde feit van doodslag bewezen, maar acht verdachte niet strafbaar en ontslaat hem van alle rechtsvervolging. Tevens wordt de maatregel van terbeschikkingstelling met dwangverpleging opgelegd.
De uitspraak weerspiegelt een zorgvuldige afweging tussen strafrechtelijke aansprakelijkheid en de noodzaak van behandeling en bescherming van de samenleving bij ernstige psychische stoornissen.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van moord met voorbedachte raad, veroordeeld voor doodslag, ontoerekeningsvatbaar verklaard en ter beschikking gesteld met dwangverpleging.