ECLI:NL:RBHAA:2011:BR5109
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Belastingrechtelijke kwalificatie vordering in ondernemingsvermogen of box 3
Eisers, een gehuwd stel dat een tandartsenpraktijk drijft, voerden in hun belastingaangiften voor 2004 en 2005 een vordering op een derde partij niet op in het ondernemingsvermogen, maar wilden dit later corrigeren. De Belastingdienst rekende deze vordering tot de vermogensrendementsgrondslag in box 3, wat leidde tot correcties en aanslagen.
De kern van het geschil was of de vordering tot het ondernemingsvermogen behoort, hetgeen alleen het geval is als sprake is van belegging van tijdelijk overtollige liquide middelen die redelijkerwijs weer beschikbaar zullen zijn voor de onderneming. Eisers konden dit niet aannemelijk maken; hun plannen voor herinvestering waren onvoldoende concreet en ondersteund.
De rechtbank volgde de Belastingdienst en oordeelde dat de vordering terecht in box 3 is belast. De aanslagen voor eiser werden verminderd naar lagere bedragen, terwijl het beroep van eiseres ongegrond werd verklaard. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: De vordering behoort niet tot het ondernemingsvermogen en is terecht belast in box 3; aanslagen voor eiser worden verminderd, beroep eiseres ongegrond verklaard.