ECLI:NL:RBHAA:2011:BR6549
Rechtbank Haarlem
- Voorlopige voorziening
- A.J. van der Meer
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering ontruiming woning na overlijden huurder wegens twijfel over duurzaam gezamenlijk huishouden
De zaak betreft een kort geding waarin woningstichting Rochdale vordert dat de zoon van de overleden huurder de woning ontruimt. De zoon is voornemens een bodemprocedure te starten op grond van artikel 7:268 lid 2 BW Pro, waarin hij vordert dat hij de huur na het overlijden van zijn moeder mag voortzetten.
Rochdale stelt dat de zoon geen hoofdverblijf heeft in de woning en dat er geen duurzame gemeenschappelijke huishouding was, mede omdat de moeder regelmatig in Turkije verbleef. Tevens betwijfelt Rochdale de financiële positie van de zoon en wil zij de woning snel kunnen verhuren.
De voorzieningenrechter oordeelt dat niet evident is dat de zoon niet voldoet aan de criteria van artikel 7:268 lid 2 BW Pro. De zoon staat sinds lange tijd ingeschreven op het adres en het is aannemelijk dat hij zijn hoofdverblijf daar heeft. Ook is niet aannemelijk dat de gemeenschappelijke huishouding met zijn moeder niet duurzaam was, mede gezien zijn leeftijd en langdurige samenwoning.
Daarom wordt de gevorderde ontruiming afgewezen en krijgt de zoon de gelegenheid zijn stellingen in de bodemprocedure te onderbouwen. Rochdale wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering tot ontruiming wordt afgewezen omdat niet evident is dat de zoon niet voldoet aan de criteria voor voortzetting van de huur na overlijden van de huurder.