ECLI:NL:RBHAA:2011:BT6373
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Geen toepassing kwijtscheldingswinstvrijstelling bij aflossing lening commanditair vennoot
In deze zaak staat centraal of een vermogensvermeerdering van € 827.474, ontstaan door de aflossing van een lening aan een commanditair vennoot, kwalificeert als vrijgestelde kwijtscheldingswinst. De rechtbank stelt vast dat de vordering van de commanditair vennoot niet als niet voor verwezenlijking vatbaar kan worden beschouwd.
De feiten betreffen een complexe structuur van vennootschappen en leningen binnen een saunabedrijf, waarbij de commanditair vennoot zijn deelname opzegt en een aflossingsvoorstel doet. Hoewel de aflossing lager is dan de oorspronkelijke vordering, is dit volgens de rechtbank ingegeven door de wens om de zakelijke relatie te beëindigen en niet door oninbaarheid.
De rechtbank overweegt dat het positieve commerciële resultaat van de onderneming en het positieve eigen vermogen van een betrokken vennootschap erop wijzen dat schuldeisers in beginsel kunnen worden voldaan. Ook het feit dat een bank een lening verstrekte om de aflossing mogelijk te maken, sluit niet uit dat de vordering verwezenlijkbaar was.
Op grond hiervan wordt de kwijtscheldingswinstvrijstelling niet toegepast en wordt het beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat geen sprake is van niet voor verwezenlijking vatbare rechten en de kwijtscheldingswinstvrijstelling niet van toepassing is.