ECLI:NL:RBHAA:2011:BU2995
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.M. Janse van Mantgem
- Rechtspraak.nl
Gegrond beroep wegens niet-tijdig beslissen op bezwaar en afwijzing inhoudelijk bezwaar Wob-verzoek
Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen het niet-tijdig beslissen door verweerder op zijn Wob-verzoek om publicatie van correspondentie op de gemeentelijke website. De rechtbank oordeelt dat de beslistermijn van zes weken op het bezwaar is overschreden, waardoor het beroep tegen het niet-tijdig beslissen gegrond is. De rechtbank stelt de verbeurde dwangsommen vast op €1260 en bepaalt dat verweerder wettelijke rente verschuldigd is vanaf 10 december 2010.
Het inhoudelijke besluit van 16 december 2010, waarin het bezwaar niet-ontvankelijk werd verklaard omdat eiser geen belanghebbende is, wordt door de rechtbank bevestigd. De rechtbank overweegt dat het verzoek van eiser geen aanvraag is in de zin van de Awb en dat de reactie van de waarnemend-griffier een feitelijke handeling betreft. Daarnaast oordeelt de rechtbank dat de verordening waarop de commissie zich baseert geldig is en dat parkeerkosten niet voor vergoeding in aanmerking komen.
De rechtbank wijst het meer of anders gevorderde af en gelast verweerder het door eiser betaalde griffierecht van €150 te vergoeden. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet-tijdig beslissen is gegrond verklaard met vaststelling van dwangsommen en wettelijke rente, het inhoudelijke bezwaar is ongegrond verklaard wegens gebrek aan belanghebbende.