Uitspraak
200101205/1(AB 2002, 402) gaat het bij vernietiging om een bevoegdheid met een ruime mate van beleidsvrijheid. De uitoefening daarvan dient door de rechter met grote terughoudendheid te worden getoetst. De Afdeling dient dan ook de vraag te beantwoorden of verweerder in redelijkheid tot het oordeel heeft kunnen komen dat instandhouding van het besluit van het waterschap, bij afweging van de daarmee gediende belangen, tegenover de met handhaving van het besluit gemoeide belangen, niet aanvaardbaar was.