ECLI:NL:RBHAA:2011:BV1730
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - meervoudig
- M. Mateman
- W.J.A.M. van Brussel
- A.T.B. de Vries
- Rechtspraak.nl
Rechtbank vernietigt indicatiebesluiten en bepaalt terugwerkende kracht indicatiestelling AWBZ-zorg
Eiser, met een dwarslaesie, vroeg op 14 februari 2010 verlenging van zijn AWBZ-zorgindicatie aan. Verweerder stelde op 9 maart 2010 een nieuw indicatiebesluit vast zonder begeleiding individueel, waarna diverse besluiten volgden met wisselende indicaties en geldigheidsperiodes. Eiser maakte bezwaar en beroep tegen deze besluiten, stellende dat hij minimaal begeleiding individueel klasse 4 nodig had en dat de indicatie met terugwerkende kracht moest ingaan.
De rechtbank overwoog dat het uitgangspunt is dat indicatiebesluiten geen terugwerkende kracht hebben, maar dat bijzondere omstandigheden kunnen rechtvaardigen hiervan af te wijken. Gezien eisers verzoek tot voortzetting van dezelfde zorg en het feit dat hij de zorg daadwerkelijk heeft ingekocht, oordeelde de rechtbank dat verweerder onterecht geen terugwerkende kracht verleende tot 1 januari 2010.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde de besluiten van 24 juni 2010 en 14 maart 2011, en vernietigde het besluit van 24 maart 2011 voor zover het de ingangsdatum betrof. De indicatiestelling werd bepaald met ingang van 1 januari 2010. Tevens veroordeelde de rechtbank verweerder tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht.
Uitkomst: De rechtbank bepaalt dat de indicatiestelling AWBZ-zorg met terugwerkende kracht per 1 januari 2010 ingaat en veroordeelt verweerder in de proceskosten.