ECLI:NL:RBHAA:2011:BW6151
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verrekening vordering en schuld op Holding in boxen 1 en 3 niet strijdig met fiscale regels
Eiser had zowel een vordering als een schuld op zijn Holding, welke in zijn belastingaangifte in verschillende boxen waren verantwoord: de vordering in box 1 en de schuld in box 3. Verweerder legde een aanslag op waarbij deze vordering en schuld werden verrekend, wat leidde tot correcties in zowel het belastbaar inkomen uit werk en woning als het belastbaar inkomen uit aanmerkelijk belang.
Eiser stelde dat deze verrekening niet mogelijk was vanwege het gesloten karakter van het boxensysteem en dat de vordering en schuld gescheiden moesten worden behandeld. De rechtbank oordeelde echter dat de civielrechtelijke realiteit van de verrekening leidend is en dat er geen sprake is van samenloop zoals bedoeld in artikel 2.14 Wet IB 2001.
Verder werd geoordeeld dat het opleggen van een aanslag met correcties in beide boxen ten behoud van rechten niet in strijd is met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde de uitspraak op bezwaar en verminderde de navorderingsaanslag overeenkomstig. Tevens werden proceskosten aan eiser toegekend.
Uitkomst: De navorderingsaanslag wordt verminderd door verrekening van vordering en schuld, en verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten.