ECLI:NL:RBHAA:2011:BX7196
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bevoegdheid navordering en voortvarendheid belastinginspecteur bij buitenlandse bankrekeningen
Eiser opende in 1994 en 1995 spaarrekeningen bij Duitse banken en bezit een woning in Israël, welke niet volledig waren aangegeven in zijn belastingaangiften. Verweerder legde een navorderingsaanslag op over de jaren 1998-2003 en 2005-2008. Eiser stelde beroep in tegen de navordering, met name over de bevoegdheid tot navordering en de voortvarendheid van de inspecteur.
De rechtbank stelde vast dat de vaststellingsovereenkomst tussen partijen geen geschil over het vereiste nieuwe feit bevatte, waardoor dat punt niet opnieuw beoordeeld kon worden. Uit het dossier bleek dat verweerder vanaf augustus 2006 aanwijzingen had over de rekening bij de [B NAAM] Bank, maar onvoldoende voortvarend had gehandeld om navordering over de periode langer dan vijf jaar toe te passen.
Voor de rekening bij de [A NAAM]bank en de woning in Israël was verweerder wel bevoegd tot navordering over de gehele twaalfjaarsperiode. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond voor het deel van de navordering dat betrekking heeft op de rekening bij de [B NAAM] Bank over 1998-2003 en stond herstel van de uitspraak op bezwaar toe. De zaak werd aangehouden voor verdere afhandeling.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond voor het deel van de navordering over de rekening bij de [B NAAM] Bank en staat herstel van de uitspraak op bezwaar toe.