Uitspraak
Naar het oordeel van de rechtbank is niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen verdachte onder feit 2 ten laste is gelegd en moet hij daarvan worden vrijgesproken. De rechtbank overweegt daartoe als volgt.
Rechtbank Haarlem
Op 6 juli 2012 werd verdachte aangehouden op Schiphol wegens het medeplegen van de invoer van ongeveer 3.009,8 gram cocaïne, bestemd voor verdere handel. Verdachte, werkzaam als beveiligingsmedewerker met toegang tot airside, haalde de drugs op van een koerier uit Suriname. De rechtbank verwierp zijn verklaring dat hij dacht enkel etenswaren te ontvangen, gelet op zijn kennis van drugssmokkel en het misbruik van zijn Schipholpas.
De rechtbank sprak verdachte vrij van het tweede feit, het aanwezig hebben van circa 500 gram cocaïne in zijn woning, omdat niet bewezen kon worden dat hij daarvan op de hoogte was. Het bewijs voor het eerste feit was overtuigend, onder meer door telefonische communicatie, observaties, camerabeelden en deskundigenrapporten.
De rechtbank veroordeelde verdachte tot 39 maanden gevangenisstraf, rekening houdend met de ernst van het feit, zijn rol als afhaler binnen een criminele organisatie, en het misbruik van zijn positie en pas. Tevens werd een geldbedrag van €4.100,- teruggegeven aan verdachte, omdat geen verband met het strafbare feit was vastgesteld.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 39 maanden gevangenisstraf voor medeplegen van invoer van circa 3 kg cocaïne via Schiphol.