ECLI:NL:RBHAA:2012:BX0756
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - meervoudig
- K. van Dijk
- M. Mateman
- A.T.B. de Vries
- Rechtspraak.nl
Schadevergoeding wegens niet tijdig opleggen loonsanctie door UWV
Eiser, een SAP-applicatieconsultant, viel op 8 oktober 2007 uit voor zijn werk en kreeg vanaf 5 oktober 2009 een WGA-uitkering. De werkgever verrichtte onvoldoende re-integratie-inspanningen, maar het UWV legde niet tijdig een loonsanctie op. Hierdoor ontstond onzekerheid over de duur van de loondoorbetalingsverplichting en de omvang van de schade.
Eiser vorderde schadevergoeding over een periode van twaalf maanden en een immateriële schadevergoeding wegens verergering van psychische klachten. Het UWV stelde een periode van tien maanden voor en wees immateriële schade af. De rechtbank oordeelde dat de onzekerheid over de duur van de loonsanctie voor rekening van het UWV moet blijven, omdat het UWV nalatig was. Daarom werd de schadevergoeding over twaalf maanden vastgesteld.
De rechtbank wees het verzoek om immateriële schadevergoeding af, omdat eiser dit onvoldoende had onderbouwd en de psychische klachten niet als een ernstige aantasting van de persoonlijke levenssfeer werden gezien. Het primaire besluit en het bestreden besluit werden vernietigd voor zover het de periode van schadevergoeding betreft. De rechtbank veroordeelde het UWV tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: De rechtbank bepaalt dat de schadevergoeding aan eiser wordt berekend over twaalf maanden in plaats van tien vanwege het niet tijdig opleggen van een loonsanctie door het UWV.