ECLI:NL:RBHAA:2012:BY1622
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs witwassen geldbedrag na inbraak
In deze zaak stond verdachte terecht voor het witwassen van een geldbedrag van 74.987 euro, dat kort na een inbraak bij een bedrijf in Hoofddorp op haar bankrekening was gestort. Het Openbaar Ministerie stelde dat verdachte wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat het geld afkomstig was uit een misdrijf.
Tijdens de nacht van de inbraak werden bankpassen en codes gestolen, waarna grote bedragen van de rekening van het bedrijf naar diverse rekeningen, waaronder die van verdachte, werden overgemaakt. Verdachte stuurde vervolgens delen van dit geld door naar andere rekeningen.
De rechtbank oordeelde echter dat niet wettig en overtuigend was bewezen dat verdachte op de hoogte was van de criminele herkomst van het geld of dat zij zelf het overgrote deel van de transacties heeft verricht. Er was een reële mogelijkheid dat derden zonder medeweten van verdachte haar rekening hadden gebruikt. Ook bleek dat andere rekeningen die geld ontvingen mogelijk eveneens door onbevoegden werden gebruikt.
Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van het ten laste gelegde witwassen. De officier van justitie had ook om vrijspraak gevraagd. Het vonnis werd gewezen door een meervoudige strafkamer van de rechtbank Haarlem op 26 september 2012.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs van witwassen.