ECLI:NL:RBHAA:2012:BY5991
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot gerechtelijke verklaring en onrechtmatigheidsaansprakelijkheid Rabobank Velsen
Eiser, als rechtsopvolger van Maraut UK Ltd., vordert dat Rabobank Velsen een schriftelijke gerechtelijke verklaring aflegt over hetgeen zij van Breetech onder zich heeft of aan Breetech verschuldigd is. Tevens vordert eiser subsidiair een verklaring voor recht dat Rabobank Velsen onrechtmatig heeft gehandeld door verrekening van debet- en creditsaldi op de rekeningen van Breetech.
De rechtbank stelt vast dat Rabobank Velsen op de beslagdatum per saldo een vordering had op Breetech en dat de verklaring van de bank deugdelijk is. Het recht van verrekening staat de bank toe om saldi te verrekenen, ook na beslaglegging, en het beslag laat de verweermiddelen van de bank onverlet. De primaire vordering wordt daarom afgewezen.
De subsidiaire vordering tot onrechtmatigheid wordt niet ontvankelijk verklaard omdat deze niet kan worden ingesteld in een verklaringsprocedure ex artikel 477a Rv, waarin expliciet is bepaald welke vorderingen tegen de derde-beslagene mogelijk zijn. De rechtbank overweegt dat Rabobank Velsen niet onrechtmatig heeft gehandeld.
Eiser wordt veroordeeld in de proceskosten en nakosten, die uitvoerbaar bij voorraad worden verklaard.
Uitkomst: De rechtbank wijst de primaire vordering af en verklaart eiser niet-ontvankelijk in de subsidiaire vordering tot onrechtmatigheid.