ECLI:NL:HR:2001:AD3953
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H.J. Mijnssen
- R. Herrmann
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- O. de Savornin Lohman
- P.C. Kop
- A. Hammerstein
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over onrechtmatigheid en terugneming derdenbeslagverklaring
In deze zaak vordert eiseres betaling van een bedrag dat Carnifour zou verschuldigd zijn aan een Ierse vennootschap, UMP Ballyhaunis, op grond van een verklaring van Carnifour in het kader van derdenbeslag. Carnifour stelt dat zij zich vergist heeft en dat zij het bedrag niet aan UMP Ballyhaunis, maar aan een andere vennootschap, UMP Export, verschuldigd is. Nadat Carnifour een deel van het bedrag betaalde, vorderde zij dit terug als onverschuldigde betaling.
De rechtbank wees de vordering van eiseres af en veroordeelde haar tot betaling aan Carnifour. Het hof bekrachtigde dit oordeel en oordeelde dat Carnifour op het moment van het beslag niets verschuldigd was aan UMP Ballyhaunis, zodat de vordering niet toewijsbaar was. Eiseres stelde in hoger beroep dat Carnifour onrechtmatig had gehandeld door niet terug te komen op haar verklaring, maar het hof vond dat eiseres niet had bewezen dat zij andere mogelijkheden had om haar vordering te verzekeren en dat zij geen schade had geleden.
De Hoge Raad bevestigt dat een derde-beslagene in beginsel vrij is zijn verklaring te herroepen, tenzij onrechtmatig handelen is vastgesteld. De Hoge Raad verwerpt de klachten van eiseres over het oordeel van het hof en de toepassing van de artikelen 476a, 476b en 477 Rv. en de artikelen 3:35 en 3:36 BW. Het beroep wordt verworpen en eiseres wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en eiseres wordt veroordeeld in de proceskosten.